Huize marleen rotterdam body to body limburg

huize marleen rotterdam body to body limburg

Tantra massage prostaat tiener neukt oma


huize marleen rotterdam body to body limburg


We vragen je om eenmalig akkoord te gaan met onze voorwaarden ter bescherming van de adverteerders. Ik heb de algemene voorwaarden van Midhold B. Email adres Wachtwoord Onthouden. De prostitutie marktplaats van de Benelux". Home seksbedrijven privehuis rotterdam. Veilig afspreken Kinkyplay Webcam bordeel Hookers. Profiel Foto's Video's Mail ons Recensies. Telefoonnummers van adverteerders op Kinky worden altijd gratis getoond. Huize Marleen - Privehuis met klasse - Dames altijd welkom 31 maart.

U wordt warm en vriendelijk ontvangen door de gastvrouw met een kopje koffie of een frisdrankje. In alle rust maakt u in onze ontvangstkamer een keuze tussen de dames. Ervaar met hen een echte vriendin-ervaring, mogelijkheden voor intiem, frans, zoenen, hand-massage en erotische massage. Of kom heerlijk relaxen in ons 4-persoons Bubbelbad en genieten van één of meerdere dames.

Elke dag open van 12 tot 22 uur. Je kan ook bellen en een afspraak maken, ongeacht het tijdstip. Vijverhofstraat a in Rotterdam, vijf minuten vanaf het centrum. Uit nieuwe berekeningen blijkt dat, als de waargenomen trends doorzetten, de levensverwachting zonder fysieke beperkingen tot stijgt met bijna vijf jaar voor mannen en ruim vier jaar voor vrouwen.

Dat is meer dan de voorziene stijging van de totale levensverwachting. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid stijgt in dat geval met drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen, iets minder dan de toename van de levensverwachting. Tot eind jaren zeventig werden vrijwel alle kinderen binnen het huwelijk geboren. Sindsdien komt het steeds vaker voor dat ouders bij de geboorte van hun kind niet getrouwd zijn, namelijk bij vier op de tien kinderen.

Van de eerstgeborenen wordt zelfs iets meer dan de helft buiten het huwelijk geboren. Wanneer een kind wordt geboren bij een ongehuwde moeder, hoe ziet het huishouden er dan uit? Maakt de vader ook deel uit van het huishouden of woont hij elders? Buurten verschillen van elkaar, onder andere in inkomensniveau. Maar ook binnen een buurt zijn niet alle inkomens gelijk. Bewoners met een inkomen dat sterk afwijkt van het mediane buurtinkomen verhuizen vaker, en gaan dan vaak in buurten wonen waar zij qua inkomen beter tussen de andere bewoners passen.

Dit artikel beschrijft de berekeningswijze en de uitkomsten van de levensverwachting voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die sinds als drie bijzondere gemeenten deel zijn van Nederland. Vanwege het relatief kleine aantal inwoners van Caribisch Nederland is de methodiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de berekening van de levensverwachting van het Europese deel van Nederland aangepast.

Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft frequent contact met familieleden, vrienden en — in iets mindere mate — buren. Degenen met frequent contact zijn vooral jongeren, niet-westerse allochtonen, laagopgeleiden en mensen met een laag inkomen.

De contactfrequentie hangt samen met de contactbehoefte. Naarmate mensen familieleden, vrienden of buren minder vaak zien of spreken, geven ze vaker aan meer contact te willen. Verder hebben mensen met frequente contacten ook vaker hechte relaties. Mannen, ouderen, niet-westerse allochtonen, laagopgeleiden, mensen met een laag inkomen en alleenstaanden hebben doorgaans minder hechte relaties.

Rianne Kloosterman en Karolijne van der Houwen. De kernprognose is een update van de Bevolkingsprognose —, die in december werd gepubliceerd. In de kernprognose zijn de veronderstellingen voor geboorten, migratie en sterfte voor de eerste prognosejaren geactualiseerd.

Coen van Duijn en Lenny Stoeldraijer. Dit onderzoek combineert twee perspectieven van het ouder worden, namelijk subjectieve leeftijd afstand vanaf de geboorte en subjectieve resterende levensverwachting afstand tot de dood. Beide perspectieven duiden op een discrepantie tussen waargenomen en werkelijke veroudering. Vanuit het eerste perspectief, afstand vanaf de geboorte, zagen mensen zich gemiddeld dichter bij hun geboorte dan hun werkelijke leeftijd. In het tweede perspectief, afstand tot de dood, schatten mensen zich verder verwijderd van de dood in dan hun actuariële resterende levensverwachting.

Religieuze binding wordt van belang geacht voor de sociale cohesie in de samenleving. In rekende 54 procent van de volwassen bevolking zich tot een godsdienstige groepering, maar ging slechts een op de zeven nog regelmatig naar een religieuze dienst.

De participatie, en in mindere mate het vertrouwen, in de samenleving verschilt tussen geloofsgroepen. Een op de tien Nederlanders kampte in met depressieve gevoelens, bijna 6 procent van de Nederlanders kreeg in een antidepressivum. Vrouwen voelen zich vaker depressief en krijgen vaker antidepressiva dan mannen. Gerard Verweij, Marieke Houben-van Herten. Vrij verkeer van personen in de Europese Unie heeft geleid tot veel migratie, al dan niet van tijdelijke aard.

Dit artikel geeft een overzicht van het aantal migranten dat zich in Nederland wel of niet heeft ingeschreven. Niet-ingeschreven werknemers zijn vooral seizoenswerkers afkomstig uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten, of Duitse en Belgische grensarbeiders. Er is inmiddels een data-update beschikbaar met de meest recente cijfers over en Voor de nieuwe Bevolkingsprognose van het CBS, die op 13 december is gepubliceerd, is de wijze waarop de veronderstellingen over de migratie worden opgesteld aangepast ten opzichte van eerdere prognoses.

Voor de immigratie worden de veronderstellingen nu per migratiemotief opgesteld en pas in een tweede stap uitgesplitst naar herkomstgroep. Ook is voor een meer modelmatige aanpak gekozen, waardoor het aantal parameters waarvoor expliciete veronderstellingen moeten worden gemaakt kleiner is. In verwacht 4 procent van de huizenbezitters dat zij hun woning binnen drie maanden zullen verkopen.

Ongeveer 45 procent verwacht een verkooptijd van minstens een jaar, een vijfde zelfs van twee jaar of langer. Ook over het vinden van een passende en betaalbare koopwoning zijn de meesten niet zo positief.

Ruim de helft van de mensen gaat ervan uit dat het heel moeilijk zal zijn om een passende en betaalbare koopwoning te vinden. Van de vier grootste gemeenten in ons land is het aantal inwoners in Utrecht de afgelopen tien jaar het sterkst gegroeid. In Rotterdam nam het aantal inwoners buiten de Vinex-wijk Nesselande zelfs af. Integendeel, de verschillen zijn groter geworden. Volgens de nieuwe prognose zet de stijging van de levensverwachting op de lange termijn sterker door dan in werd verondersteld.

De periode-levensverwachting bij geboorte stijgt daardoor voor mannen van 79,2 jaar in naar 87,1 jaar in en bij vrouwen van 82,9 naar 89,9 jaar. Daarmee valt de levensverwachting voor mannen 2,6 jaar hoger uit dan volgens de prognose van en voor vrouwen 2,5 jaar hoger. De grote steden zijn de laatste jaren weer gegroeid, vooral door een vestigingsoverschot. Het afgelopen decennium zijn er per saldo meer autochtonen en westerse allochtonen in de vier grote steden gaan wonen.

Jan Latten en Ingeborg Deerenberg. Dit onderzoek benadrukt het belang van sociaal kapitaal voor de samenleving. Verschillende achtergrondkenmerken van de bevolking in een gebied zijn gerelateerd aan criminaliteit en sociaal kapitaal.

Meer etnische diversiteit in een buurt gaat samen met meer criminaliteit. Deze relatie hangt samen met een gebrek aan sociaal kapitaal, in de vorm van lage buurtcohesie en minder vrijwilligers. In de laatste bevolkingsprognose van het CBS, die in december uitkwam, wordt verondersteld dat jonge generaties vrouwen gemiddeld 1,75 kind per vrouw zullen krijgen. Al ruim een decennium zijn er geen aanwijzingen gevonden om het toekomstig kindertal bij te stellen.

De leeftijd- en rangnummerspecifieke vruchtbaarheidscijfers worden dus constant verondersteld. Ongeveer zeven op de tien Nederlandse internetgebruikers van 12 jaar en ouder maakten in gebruik van sociale media. Vooral sociale netwerken als Facebook, Hyves en Twitter zijn populair. Het gebruik van deze sociale netwerken en ook van professionele netwerken zoals LinkedIn is tussen en toegenomen. Simon van den Bighelaar en Math Akkermans. Kinderen uit eenoudergezinnen en kinderen uit stiefgezinnen gaan eerder uit huis dan kinderen die bij de eigen ouders wonen.

De regio waar het ouderlijk huis staat en de inkomstenbron van de ouders spelen een rol, maar ook het opleidingsniveau van de kinderen zelf is een factor: Anette Roest, Carel Harmsen. De nieuwe CBS-huishoudensprognose voorziet een toename van het aantal huishoudens van de huidige 7,6 miljoen tot 8,6 miljoen in Deze groei komt grotendeels voor rekening van de eenpersoonshuishoudens.

Momenteel maken deze kleinste huishoudens 37 procent uit van alle huishoudens. In zal dit 44 procent zijn. Vooral het aantal oudere alleenstaanden neemt sterk toe. In dit artikel is nagegaan in hoeverre het ruimtelijk interactiemodel dat in de vorige regionale prognose is gebruikt voor de schatting van korteafstandsmigratie verder kan worden verbeterd.

Op basis van dit onderzoek is het ruimtelijk interactiemodel aangepast door het toevoegen van extra verklarende variabelen in de regressievergelijking. Met de toevoegingen kunnen de schattingen worden verbeterd. Nederland telt 22 buurten met woningen met een woningwaarde van gemiddeld meer dan een miljoen euro.

Een aantal daarvan ligt in Wassenaar, Huizen en Laren. In deze buurten is de WOZ-waarde sterker dan gemiddeld gedaald sinds Het CBS heeft de prognose van de levensverwachting voor de lange termijn onlangs omhoog bijgesteld. In de nieuwe prognose verwacht het CBS dat de levensverwachting voor mannen in zal toenemen tot bijna 87 jaar en voor vrouwen tot bijna 90 jaar. Dit is 2,5 jaar hoger dan de prognose die het CBS twee jaar geleden uitbracht.

Enkele jaren terug had het CBS de prognoses ook al enkele keren bijgesteld. Dergelijke aanpassingen hebben invloed op de pensioneringleeftijd en de dekkingsgraad van pensioenfondsen. Volgens de nieuwe CBS-prognose stijgt de periode-levensverwachting bij geboorte tussen en voor mannen met 7,8 jaar, voor vrouwen met 7,0 jaar.

De levensverwachting komt uit op respectievelijk 87,1 jaar mannen en 89,9 jaar vrouwen. Bevolkingskrimp wordt in de toekomst een belangrijk fenomeen. Bij aanhoudende economische tegenwind zal de bevolking in Europa tot op de huidige omvang blijven staan. Bevolkingsgroei zal regionaal sterk variëren. De vruchtbaarheid van vrouwen van niet-westerse herkomst blijft convergeren naar het niveau van autochtone vrouwen. Het kindertal van de tweede generatie Turkse en Marokkaanse vrouwen is lager dan dat van de eerste generatie, maar nog steeds hoger dan dat van autochtone vrouwen.

Vrouwen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst van de tweede generatie krijgen gemiddeld evenveel of zelfs minder kinderen dan autochtonen. De gezinsfase speelt bij de verhuisgeneigde huurders een belangrijke rol in de huur- of koopplannen.

Zo hebben jonge kinderloze paren een veel sterkere intentie om te kopen dan paren met kinderen. Ook huurders die nog alleen wonen, verwachten relatief vaak een woning te kopen, vooral als ze jonger zijn dan Huurders die willen verhuizen om te gaan samenwonen hebben een duidelijke voorkeur voor een koopwoning, terwijl degenen die willen verhuizen vanwege de gezondheid of zorgbehoefte vrijwel allemaal willen huren.

Ingrid Esveldt en Andries de Jong. Geluk blijkt sterker samen te hangen met gezondheid dan met leefstijl: Voor mannen, vrouwen, jongeren en ouderen zijn er wel verschillen in het verband tussen BMI de verhouding tussen lichaamsgewicht en -lengte en geluk. Voor jongeren en ouderen is er ook een verschil in het verband tussen een aantal gezondheidsindicatoren en geluk.

De leeftijd bij eerste samenwonen is gerelateerd aan de huwelijksleeftijd van de ouders. Ook andere factoren spelen een rol bij de timing van het samenwonen. Zo gaan kinderen na een scheiding van de ouders eerder samenwonen. Zij huwen wel later en blijven vaker ongehuwd dan kinderen van ouders die niet scheidden. Hoger opgeleide vrouwen gaan later samenwonen dan lager opgeleide vrouwen.

Voor mannen is qua opleidingsniveau juist vrijwel geen verschil in leeftijd waarop ze voor het eerst gaan samenwonen. In de periode rond het krijgen van een kind zijn mensen tijdelijk gelukkiger. Het gelukkigst zijn mensen tijdens de zwangerschap. Na de geboorte daalt het geluksgevoel langzaam tot het na 1 tot 2 jaar na de geboorte terug is op het niveau van voor de zwangerschap.

Dit effect is er alleen voor de geboorte van het eerste kind. In deze prognose spelen veronderstellingen over de gemeentelijke sterfte een belangrijke rol. In dit kader is een analyse uitgevoerd naar de verklaring van gemeentelijke verschillen in de levensverwachting aan de hand van een multivariaat regressiemodel. In Den Haag zijn er op buurtniveau grote verschillen in de aandelen zogenoemde scheefwoners. In de nieuwbouwwijken wordt bijna de helft van alle corporatiewoningen bewoond door scheefwoners.

De oude stadswijken tellen amper 15 procent scheefwoners. In de periode maakte gemiddeld 95 procent van de vrouwen van 15 tot 50 jaar die in de voorgaande twee jaar waren bevallen gebruik van kraamzorg. Dit percentage is behoorlijk stabiel gebleven in de periode Wel zijn vrouwen steeds minder vaak hele dagen zorg gaan gebruiken. Vrouwen van niet-westerse afkomst gebruikten minder vaak kraamzorg dan autochtone en westers allochtone vrouwen, en namen ook minder dagen of uren en minder vaak hele dagen kraamzorg af.

Het aandeel niet-westers allochtone vrouwen dat gebruik maakt van kraamhulp is door de jaren heen wel gestegen. De ondervraagde vrouwen zijn over het algemeen heel tevreden over de ontvangen kraamzorg. Marieke Houben - van Herten. De bevolking in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zal tot toenemen met duizend inwoners. Dit blijkt uit de regionale bevolkingsprognose uit van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving.

Als gevolg van de vergrijzing neemt ook het aantal personen van 65 jaar of ouder fors toe. Bevolkingstrends, 4e kwartaal De kredietcrisis die zich in de tweede helft van openbaarde, had ook haar weerslag op demografische ontwikkelingen.

Dit blijkt het duidelijkst uit de ontwikkeling van het aantal verhuizingen. Vanaf het laatste kwartaal van liep het aantal verhuizingen in Nederland fors terug. In het voorjaar van werd een dieptepunt bereikt. Het aantal verhuizingen lag toen meer dan 10 procent lager dan in het voorjaar van Mensen die plannen hebben om naar een koopwoning te verhuizen, slagen daar lang niet altijd in. Onvoorziene gebeurtenissen in de privésfeer geven soms een extra push om toch te verhuizen. Mensen met koopplannen die uit elkaar zijn gegaan of zijn gaan samenwonen verhuizen vaker, maar hebben ook vaker water bij de wijn gedaan: Onvoorziene gebeurtenissen kunnen ook koopplannen doorkruisen.

Mensen met koopplannen die veranderingen meemaakten in hun arbeidsloopbaan zijn juist minder vaak verhuisd dan anderen, en al helemaal weinig naar een koopwoning. Als het economisch goed gaat, besluiten mensen eerder te trouwen en kinderen te krijgen dan als er een recessie is. De relatie tussen echtscheidingen en de economie is minder duidelijk.

Als mensen uit elkaar gaan omdat ze financiële problemen hebben, kan een recessie leiden tot meer echtscheidingen. Maar omdat scheiden duur is, kan economische teruggang ook leiden tot een daling van het aantal scheidingen. In dit artikel wordt getoond hoe huwelijkssluitingen, geboorten en echtscheidingen de afgelopen veertig jaar samenhangen met de economische conjunctuur. De discussie over het vermeende verlies van normen en waarden heeft betrekking op zaken als overlast, diefstal en agressie op straat en de taak van de grensstellende overheid, maar gaat ook over het verlies van gemeenschappelijke waarden in onze moderne, multiculturele samenleving.

In dit verband wordt Nederland wel eens afgeschilderd als een verdeelde natie zonder overkoepelende nationale identiteit. Dat blijkt erg mee te vallen. Van een radicale omwenteling van centrale levenswaarden is geen sprake. Wel verschuiven de laatste dertig jaar de waarden van de Nederlandse bevolking langzaam in de richting van meer calculerende, economische burgerlijkheid en een toegenomen hang naar consumptief hedonisme, zonder diepgang.

De gebruikte terminologie in de berichtgeving over migranten is niet altijd even duidelijk en consequent. Regelmatig verschijnen er berichten over asielzoekers, migranten, vreemdelingen, vluchtelingen en allochtonen. Vaak worden deze begrippen door elkaar gebruikt en is niet altijd duidelijk wat de boodschapper bedoelt.

Wat betekenen deze begrippen nu precies en wat zijn de verschillen tussen deze termen? In dit artikel wordt één en ander op een rij gezet. Arno Sprangers en Han Nicolaas. In dit artikel wordt nagegaan hoe de Nederlandse bevolking denkt over de eigen bijdrage voor een aantal zorgkosten.

De resultaten laten zien dat veel mensen voorstander zijn van een eigen bijdrage wanneer de zorgkosten het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl, zoals roken en overmatig alcoholgebruik.

Wanneer het gaat om de kosten van loophulpmiddelen of de anticonceptiepil, vindt meer dan de helft dat deze volledig moeten worden vergoed. Rianne Kloosterman en Saskia te Riele. De leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, het aandeel kinderlozen en de totale vruchtbaarheid zijn sterk aan het opleidingsniveau gerelateerd. Hoger opgeleide vrouwen stellen het moederschap het meest uit en zijn het vaakst kinderloos.

Bij mannen doet de relatie tussen vruchtbaarheid en opleidingsniveau zich alleen voor bij de leeftijd van het eerste kind. Het vruchtbaarheidsgedrag van verschillende generaties mannen en vrouwen naar opleidingsniveau heeft zich in verschillend tempo ontwikkeld. Elma Wobma en Mila van Huis.

Huishoudens die vooral afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering lopen veel risico op armoede. Het aantal bijstandsuitkeringen verschilt wel per gemeente en per buurt. De regio Oostelijke Mijnstreek in de provincie Limburg, met de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Brunssum en Landgraaf, kent opvallend veel buurten met relatief veel bijstand. In de kernprognose voor de periode , die december uitkwam, zijn, sinds de publicatie van de bevolkingsprognose een jaar eerder, de veronderstellingen voor de korte termijn geactualiseerd.

De nu gepresenteerde bijstelling leidt slechts tot kleine aanpassingen ten opzichte van de prognose uit Coen van Duin en Han Nicolaas. In de periode is het aantal buurten in Nederland gestegen, terwijl het aantal gemeenten juist afnam. Door de bevolkingstoename van Nederland is het gemiddeld aantal inwoners per buurt in diezelfde periode echter nauwelijks veranderd. Delen van de provincie Zeeland zijn door de Rijksoverheid aangewezen als krimpgebieden. Toch krimpen niet alle gemeenten, er is in de periode tussen en ook groei waar te nemen.

Kleinere kernen hebben het echter moeilijker. Meer dan de helft van de gemeenten ziet, volgens de bevolkingsprognose tot , zijn inwonertal toenemen. Hierdoor zal ook het aantal plussers per gemeente verder oplopen. De meeste Nederlanders hebben familie, vrienden of kennissen met praktische vaardigheden die zij eventueel kunnen gebruiken, zoals computerkennis of kunnen klussen in huis.

Ook voor persoonlijke steun, zoals advies bij familieconflicten of boodschappen doen bij ziekte, verwachten de meeste mensen op hun sociale netwerk te kunnen terugvallen. Minder vaak is er iemand in de kring van bekenden met financiële of juridische kennis. Vooral politiek actieve bekenden zijn relatief schaars. Ouderen, niet-westerse allochtonen en laagopgeleiden kennen doorgaans minder vaak mensen met vaardigheden die van pas kunnen komen dan jongeren, autochtonen en hoogopgeleiden.

Voor het opstellen van veronderstellingen is een analyse uitgevoerd naar de vruchtbaarheid naar herkomstgroepering. Ook regionaal verschilt de vruchtbaarheid en deze regionale verschillen zijn niet voor alle herkomstgroepen hetzelfde. In bestond een gemiddeld huishouden in Nederland uit 2,2 personen.

Binnen gemeenten, bijvoorbeeld in de vier grote steden, bestaan er echter flinke verschillen op buurtniveau. Nieuwbouwbuurten, zoals Vinex-locaties, trekken meer gezinnen, terwijl in binnensteden veel eenpersoonshuishoudens wonen.

Voor de meeste niet-westerse allochtone groepen geldt, net als voor autochtonen, dat kinderen van gescheiden ouders minder vaak een diploma in het hoger onderwijs halen dan kinderen van niet-gescheiden ouders. Zo ook wanneer rekening wordt gehouden met factoren die de kans op een hoge opleiding kunnen beïnvloeden.

Marjolijn Das en Ruben van Gaalen. Emotionele gebeurtenissen, ook wel aangeduid als life events, beïnvloeden geluk en tevredenheid in iemands leven. Dit is vaak al zichtbaar in de aanloop naar de emotionele gebeurtenis. Veel personen zijn al ruim voor een echtscheiding ongelukkig en minder tevreden.

Rond een huwelijk zijn de meeste mensen juist het gelukkigst. Mensen die arbeidsongeschikt worden, hun baan verliezen of in de bijstand komen, zijn vooraf al minder gelukkig en tevreden dan mensen die geen verandering in hun werksituatie meemaken. Wanneer mensen weer aan het werk gaan, neemt hun gevoel van geluk en tevredenheid weer toe. Al enkele decennia loopt de bevolkingsgroei in Europa terug. Dit is een gevolg van de daling van het gemiddeld aantal kinderen per vrouw in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Aanvankelijk kwam dit tot uiting in een daling van het aantal jongeren. Later werd dit gevolgd door een afname van de groei van de potentiële beroepsbevolking de bevolking van jaar. Nu de naoorlogse geboortecohorten de pensioengerechtigde leeftijd bereiken gaat de groei van de potentiële beroepsbevolking omslaan in krimp. Nicole van der Gaag. Op basis van het Sociaal Statistisch Bestand SSB is de gezinssituatie beschreven van alle jarigen die tussen en in Nederland woonden.

Nagegaan wordt of deze kinderen bij beide ouders, bij de vader of de moeder, bij de vader of de moeder en een stiefouder of zonder beide ouders woonden. Daarnaast wordt de samenhang onderzocht tussen de gezinsstructuur en hulpbronnen enerzijds en het schoolniveau van het kind anderzijds.

Hebben kinderen van ouders uit de hogere sociale klassen gemiddeld meer of juist minder hinder van een scheiding? Ruben van Gaalen en Lenny Stoeldraijer. Experimenteren met roken, alcohol en drugs hoort bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Daarnaast is onvoldoende lichaamsbeweging en overgewicht een toenemend probleem bij Nederlandse jongeren.

De vraag is welke invloed deze ongezonde leefgewoonten hebben op de verdere levensloop van jongeren. Dit artikel geeft een indicatie dat dagelijks roken en onvoldoende beweging gepaard gaan met een minder succesvolle onderwijsloopbaan.

Henk-Jan Dirven en Francis van der Mooren. Ruim de helft van de Nederlandse bevolking geeft aan bij overlijden organen te willen afstaan. Ruim 60 procent zou een orgaan willen ontvangen indien zij dit nodig zouden hebben. Opvattingen over het afstaan van organen worden vooral bepaald door kerkelijke gezindte, opleiding en ervaren gezondheid. Vooral jongeren staan open voor het ontvangen van een donororgaan. Of mensen ergens graag wonen is voor een deel afhankelijk van de aanwezigheid van voorzieningen als scholen, winkels en gezondheidszorg.

In de Nabijheidsstatistiek publiceert het CBS sinds de afstand tot diverse voorzieningen en het aantal voorzieningen binnen een bepaalde afstand. Deze gegevens zijn bruikbaar voor onder meer onderzoekers en beleidsmedewerkers. Ingeborg Deerenberg en Chantal Melser. Terwijl vrouwen het moederschap de afgelopen 40 jaar steeds meer uitstelden, is het interval tussen de geboorte van het eerste kind en het tweede kind opvallend stabiel gebleven op een gemiddelde van 3 jaar.

Oudere moeders plus krijgen hun tweede kind relatief kort na de geboorte van hun eerste kind. Jonge moeders stellen de komst van het tweede kind langer uit.

Deze verschillen in geboorteinvallen zijn sinds groter geworden. In demografisch opzicht is de naoorlogse geboortegolf een opvallend verschijnsel in de dalende reeks geboortecijfers vanaf Deze daling is een kenmerk van de Eerste Demografische Transitie.

Eerder is sprake van een vloeiende overgang waarbij het keuzelevensloopmodel eerst bij de generatie van de jaren zestig volledig tot ontwikkeling komt. Jacques van Maarseveen en Carel Harmsen. In bedroeg dit aantal nog In dit artikel wordt op basis van het Woon Onderzoek Nederland gekeken naar de mate waarin huizenbezitters met verhuisplannen een huurwoning verkiezen boven een koopwoning.

Hoewel veruit de meeste eigenaar-bewoners op zoek zijn naar een koopwoning wil toch 16 procent een huurwoning.

Dit percentage ligt nog veel hoger onder eenpersoonshuishoudens en paren van 75 jaar of ouder. Ook eigenaar-bewoners die vanwege een scheiding of een slechte gezondheid willen verhuizen, hebben een grotere voorkeur voor een huurwoning. Daarnaast prefereren vooral huishoudens in koopwoningen die geen baan hebben of een inkomen hebben beneden het minimumloon een huurwoning. In het algemeen bepalen de gezinsfase, verhuismotief en de financiële situatie van het huishouden de voorkeur voor huren onder eigenaar-bewoners het sterkst.

Het afgelopen decennium is het aantal Chinezen in Nederland bijna verdubbeld. De groei hangt deels samen met de geboorte van tweede generatie Chinezen. Hiermee is de Chinese bevolkingsgroep qua omvang de vijfde groep niet-westerse allochtonen in Nederland geworden.

Subjectief welzijn, in termen van geluk en tevredenheid met het leven, is gerelateerd aan verschillende factoren die betrekking hebben op de kwaliteit van leven.

De ervaren gezondheid is het meest van belang. Maar ook regelmatig op vakantie gaan, een partner, contact met familieleden en het wonen in een buurt waar mensen prettig met elkaar omgaan, gaan gepaard met meer welzijn.

Onveiligheidsgevoelens hangen negatief samen met geluk en de tevredenheid met het leven. Jacqueline van Beuningen en Rianne Kloosterman. Op 1 januari was bij 44 procent van alle Nederlandse woningen sprake van een huurwoning. Het aandeel huurwoningen van een corporatie bedroeg bijna een derde van de gehele woningvoorraad. Gemiddeld over alle 27 landen van de Europese Unie in was de groene druk 35 procent en de grijze druk 28 procent. Dat betekent dat er op elke plusser 3,5 werkenden zijn.

Deze aandelen lopen echterflink uiteen tussen de lidstaten. In telde Nederland 3,3 miljoen meerpersoonshuishoudens en iets minder dan 0,7 miljoen eenpersoonshuishoudens. Tussen en is het aantal meerpersoonshuishoudens gestegen naar 4,7 miljoen, een stijging van ruim 40 procent. De 40 aandachtswijken die in door minister Vogelaar zijn aangewezen, zijn in de periode — in vergelijking met de sociaaleconomische positie van de andere stadswijken tamelijk stabiel gebleven.

Ook de sociaaleconomische ontwikkeling van de bewoners was gelijk aan die van andere stadsbewoners. Net als andere stadswijken kunnen aandachtswijken als springplank fungeren: In zijn ruim duizend kinderen in Nederland geboren.

De gemiddelde leeftijd van de vader was met 34 jaar drie jaar hoger dan die van de moeder. De meeste vaders 80 procent en moeders 85 procent van deze kinderen waren tussen de 25 en 40 jaar oud. Met data uit de eerste wave van de Nederlandse LevensLoop Studie NELLS vergelijken we Marokkanen, Turken en autochtonen in de leeftijd 15—45 jaar op een breed scala van sociale en culturele uitkomsten.

Dat uit zich zowel op sociaal gebied meer familiaal als op cultureel gebied meer conservatief. De verschillen tussen eerste en tweede generatie immigranten zijn aanzienlijk op het gebied van waarden en normen, maar veel kleiner op het gebied van sociale kenmerken. Alle gepresenteerde verschillen zijn gecorrigeerd voor verschillen in opleidingsniveau, regio, urbanisatiegraad, leeftijd en sekse. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe meer mensen zorg zonder verblijf voorheen thuiszorg krijgen.

Dat geldt met name voor het ontvangen van huishoudelijke hulp. Inkomen en vermogen zijn onafhankelijk van elkaar gerelateerd aan zorg zonder verblijf. Tevens is er sprake van een interactie tussen inkomen en vermogen ten aanzien van zorg zonder verblijf. De combinatie resulteert in effecten die op onderdelen fors groter zijn dan de som van de effecten van inkomen en vermogen afzonderlijk.

Zo is er een verhoogde kans op zorg zonder verblijf bij ouderen met een laag inkomen én een laag vermogen. In de beschrijving van verschillen in het krijgen van zorg zonder verblijf heeft de samenvoeging van inkomen en vermogen tot één welvaartsindicator daarom zeker een toegevoegde waarde naast het gebruik van inkomen of vermogen als aparte indicatoren.

In het dagelijks leven bestaan allerlei noties over verschillen en overeenkomsten tussen groepen Surinamers in Nederland: Hindostanen met relatief weinig gemengde relaties; Creolen en Marrons met veel alleenstaande ouders; Chinese Surinamers met veel hoogopgeleiden, relatief veel zelfstandigen en relatief hoge inkomsten, vooral uit arbeid; en Javaanse Surinamers die relatief vaak werknemer zijn.

Wordt rekening gehouden met opleidingsniveau, dan worden de verschillen tussen de Surinaamse bevolkingsgroepen veel kleiner. Ko Oudhof en Carel Harmsen. Bevolkingstrends, 3e kwartaal Van de 7,4 miljoen huishoudens in Nederland betreft een derde een huishouden met een of meer kind eren.

In bijna zeven op de tien gezinnen met een of meer kind eren gaat het om een gehuwd ouderpaar en bij 13 procent om een niet-gehuwd ouderpaar. De integratie van immigranten vergt doorgaans enkele generaties. Dit artikel vergelijkt de sociaaleconomische positie van allochtone en autochtone ouders en hun tot jarige kinderen. Allochtone ouders en hun kinderen blijken minder vaak werk en een lager inkomen te hebben dan hun autochtone generatiegenoten.

Niet-westers allochtone zoons overtreffen vooral hun vader wat betreft inkomsten vaker dan autochtone zoons.

De ten opzichte van autochtonen slechtere sociaaleconomische positie van niet-westerse allochtone ouders speelt hierbij een belangrijke rol. Ruben van Gaalen en Annemarie de Vos. Sociale samenhang gaat samen met geluk en tevredenheid. Vooral mensen die meer contact hebben met familie, maandelijks deelnemen aan verenigingsactiviteiten en in een buurt wonen waar de sfeer goed is, geven relatief vaak aan dat ze gelukkig zijn. Ook frequent contact met vrienden of buren en vrienden in de buurt zijn van belang voor het ervaren van geluk en tevredenheid met het eigen leven.

Tot slot blijken mensen die zich inzetten als vrijwilliger doorgaans gelukkiger en tevredener met hun leven dan mensen die dit niet doen. Godelief Mars en Hans Schmeets. Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit. De meeste Nederlanders ondersteunen dit principe.

Zij zijn van mening dat ouderen, mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen die erfelijk belast zijn geen hogere zorgpremie zouden moeten betalen. Mensen met een ongezonde leefstijl kunnen op minder solidariteit rekenen: Daarnaast zouden lage inkomens minder en hoge inkomens meer zorgpremie moeten betalen. Mensen blijken vooral solidair met groepen waartoe zij zelf behoren.

Zo vinden vooral niet-rokers dat mensen die roken meer premiezouden moeten betalen. In woonden Nederlanders op gemiddeld 1,1 kilometer van het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf. In Noord-Holland was de afstand met meter het kleinst en in Friesland met gemiddeld 2,1 kilometer het grootst. Inwoners van het Friese eiland Schiermonnikoog woonden gemiddeld het verst van een kinderdagverblijf, met een gemiddelde afstand van meer dan 30 kilometer.

Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking kan bij buurtgenoten terecht voor praktische hulp. Minder vaak is er een steun en toeverlaat in de buurt: Een vergelijkbaar deel is van de partij als er een buurtactiviteit plaatsvindt.

Het aandeel dat dergelijke activiteiten helpt organiseren is met een kleine 20 procent een stuk kleiner. Verder is ruim een vijfde wel eens als vrijwilliger actief geweest in de buurt. De oudere en middelbare leeftijdsgroepen, autochtonen en mensen in niet-stedelijke buurten hebben naar verhouding de meeste binding met hun buurt en buurtgenoten.

In Utrecht wonen kinderen vooral in de Vinex-wijken Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn, hebben zich in de omgeving van opleidingen veel studenten gevestigd en blijven mensen van middelbare leeftijd wonen waar zij zijn opgegroeid of op de comfortabele plek die ze later hebben verworven.

In de afgelopen halve eeuw is de bevolking van Nederland naar verhouding veel sterker gegroeid dan die van de meeste andere Europese landen. In deze periode groeide de Nederlandse bevolking met 45 procent, van 11,4 naar 16,6 miljoen inwoners.

In Nederland beschikken 1,1 miljoen personen over meerdere nationaliteiten. Ruim 60 procent van de Nederlanders vindt dat bij het verkrijgen van een Nederlands paspoort het andere paspoort moet worden afgestaan.

Een kwart is van mening dat het andere paspoort niet hoeft worden afgestaan. Vooral opvattingen over minderheden spelen een rol bij de mening over dubbele nationaliteiten. Iets minder belangrijk is de mening over de Europese eenwording en over Turkije als toekomstige EU-lidstaat. Hans Schmeets en Maarten Vink. Thuiswonende kinderen die op zichzelf gaan wonen verhuizen verreweg het vaakst in augustus of september. In die twee maanden vindt bijna een kwart van de verhuizingen plaats van thuiswonende kinderen die als alleenstaande gaan wonen.

Omdat de belangstelling voor vruchtbaarheidscijfers van mannen is toegenomen, publiceert het CBS nu ook de gemiddelde leeftijd van vaders en het totale vruchtbaarheidscijfer van mannen vanaf In waren vaders gemiddeld 32,4 jaar bij de geboorte van het eerste kind.

Dat is 3 jaar ouder dan de gemiddelde moeder. Het totaal vruchtbaarheidscijfer van mannen lag met 1,72 iets onder dat van vrouwen. Op 1 januari woonden er 1,9 miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland. Daarmee vormden ze 11,4 procent van de totale bevolking. De afgelopen decennia is dit aandeel fors toegenomen.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal Op 1 januari telde Rotterdam duizend inwoners. Van hen was bijna 37 procent duizend niet-westers allochtoon. In heel Nederland is ruim één op de tien inwoners van niet-westerse herkomst. Rotterdam heeft dus ruim drie keer zoveel niet-westerse inwoners als gemiddeld. Hedendaagse gezinnen kenmerken zich door een grote diversiteit in samenstelling. Veranderingen in demografisch gedrag, zoals uitstel en afstel van trouwen, uit elkaar gaan en het vormen van nieuwe gezinnen, hebben geleid tot meer variatie in gezinstypen.

Gezien de demografische ontwikkelingen van de afgelopen tien à vijftien jaar lijkt het erop dat de Tweede Demografische Transitie wat betreft een aantal transities in de eindfase zit of deze eindfase heeft bereikt. Onder personen met een lager vermogen of inkomen is het aandeel dat naar de huisarts gaat groter dan onder personen met een hoger vermogen of inkomen. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe groter bovendien de kans op de diagnose psychische problemen, problemen met de luchtwegen of diabetes mellitus.

De combinatie van inkomen en vermogen tot een welvaartsindicator laat eenzelfde beeld zien als vermogen en inkomen afzonderlijk. Bij de diagnose psychische problemen is er bovendien een sterke interactie tussen inkomen en vermogen.

Eind september woonden er duizend Surinamers van uiteenlopende etnische achtergrond in Nederland. Aan de hand van een nieuwe indelingsmethode op basis van de familienaam, kunnen de omvang, samenstelling en regionale spreiding van de diverse etnische groepen worden berekend. In dit artikel wordt deze methode beschreven en worden de aantallen Hindostanen, Creolen, Javanen, Chinezen en Marrons gepresenteerd.

In veel landen, vooral in het noordelijke deel van de Europese Unie EU , is niet-gehuwd samenwonen voor jonge mensen zonder kinderen inmiddels de norm geworden. Het aandeel niet-gehuwd samenwonenden is het hoogst bij paren waarin de vrouw een twintiger is, en neemt af met de leeftijd.

De emigratieveronderstellingen voor de bevolkingsprognose zijn voor een groot deel gebaseerd op retourpercentages: De retourpercentages liggen relatief hoog voor arbeids- en studiemigranten en laag voor asiel- en gezinsmigranten. Het toegenomen belang van arbeidsmigratie betekent dat de retourpercentages voor veel herkomstgroepen naar verwachting ook in de toekomst rond het hoge niveau van het afgelopen tien jaar zullen liggen. De emigratiegeneigdheid van in Nederland geboren personen is in scherp gedaald, maar in weer iets hersteld.

Verondersteld wordt dat deze in de toekomst gemiddeld genomen rond het niveau uit de jaren — zal liggen, nog iets boven het huidige niveau.

De uitkomsten van de nieuwe bevolkingsprognose voor de periode — zijn mede gebaseerd op veronderstellingen over de immigratie. Op grond van analyses van migratiepatronen en migratiemotieven naar herkomstgroepen wordt verwacht dat op termijn jaarlijks duizend immigranten naar Nederland komen. De meesten van hen zijn afkomstig uit de Europese Unie, gevolgd door Azië. In toenemende mate zijn arbeid en studie belangrijke motieven voor migratie. Het karakter van arbeidsmigratie is sterk veranderd.

Dit artikel is gericht op de populatie immigranten die zich in de periode inschrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie en binnen een jaar een baan als werknemer hebben.

Een deel is afkomstig uit westerse landen, goed geïntegreerd op de arbeidsmarkt en wordt op basis van hun toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie geselecteerd. Tegelijkertijd lijkt er nog steeds een meer klassieke groep arbeidsmigranten te bestaan, met een relatief laag inkomen en opleidingsniveau. Het hebben van een partner of kind zorgt voor meer binding met Nederland dan de sociaaleconomische situatie.

Voor bevolkingsprognoses maakt het CBS onder meer gebruik van gegevens over de sterfte naar doodsoorzaak. In de voorgaande prognoses werden vanaf jarige leeftijd geen doodsoorzaken meer onderscheiden, omdat de codering ervan weinig valide werd geacht. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de leeftijd waarboven het onderscheiden van specifieke doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses niet meer zinvol is. De hiervoor gebruikte lijst met verlegenheidscodes volgens Mathers et al.

De resultaten worden daarom met en zonder I Aan de hand van WHO-kwaliteitscriteria wordt geconcludeerd dat het optrekken van de leeftijdsgrens voor het onderscheiden van doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses naar 85 jaar, en mogelijk zelfs tot 90 jaar, verantwoord is. Peter Harteloh en Kim de Bruin.

Uit een analyse van de relatie tussen sterfte en temperatuur in week 22 tot en met 30, de periode van de zomer waarin een hittegolf viel, blijkt dat voor Nederland als geheel de extra sterfte als gevolg van de hitte uitkwam op 22 personen per week per graad temperatuurstijging.

Vooral door een naar Europese maatstaven langdurig hoog geboortecijfer is Nederland nu nog minder sterk vergrijsd dan zijn buurlanden en de meeste andere Europese landen.

Binnen ons land bestaan echter wel zeer grote verschillen in vergrijzing. In perifere en welvarende gemeenten is de grijze druk tot bijna vijf keer zo hoog als in de jongste gemeenten. De toename van het aantal plussers is in het afgelopen decennium onder mannen twee keer zo groot geweest als onder vrouwen. In absolute zin hebben de dalende sterftecijfers voor hart- en vaatziekten in de afgelopen vier decennia het meest bijgedragen aan de stijging van de levensverwachting. Sinds neemt de levensverwachting — en daarmee de vergrijzing — sneller toe dan voorheen en loopt ons land weer in de pas met andere West-Europese landen.

Vanaf vergrijst Nederland in versneld tempo. De omvangrijke babyboomgeneratie en het snel gegroeide aantal niet-westerse allochtonen leveren in de komende decennia een grote bijdrage aan de vergrijzing. Als onderdeel van de bevolkingsprognose publiceert het CBS om het jaar een langetermijnprognose voor de sterftekansen en de levensverwachting.

De nieuwste update van deze prognose is 17 december verschenen. Het model voor de sterfteprognose maakt onderscheid tussen sterfte aan een aantal belangrijke doodsoorzaken.

Ten opzichte van de prognose uit zijn er een aantal veranderingen in het model doorgevoerd. Er wordt in meer detail naar doodsoorzaken onderscheiden en dit onderscheid wordt tot hogere leeftijden gebruikt. Volgens de nieuwe prognose stijgt de periode-levensverwachting bij geboorte voor mannen tot 84,5 jaar in en voor vrouwen tot 87,4 jaar. De vorige prognose keek vooruit tot Voor dat jaar geeft de nieuwe prognose een bijstelling van de levensverwachting voor mannen met 0,5 jaar en voor vrouwen met 1,0 jaar.

Volgens de nieuwe prognose zullen de mannen die in geboren werden een cohort- levensverwachting van 79 jaar hebben en zullen de vrouwen met dat geboortejaar gemiddeld 83 worden. Tussen nu en zal meer dan een derde van alle Nederlandse gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking.

In ongeveer een tiende van de gemeenten zal ook het aantal huishoudens dalen. Bevolkingsgroei en -krimp raken tal van maatschappelijke aspecten, waaronder lokale voorzieningen, arbeids- en woningmarkt en onderwijs.

Uitstroom van kenniskapitaal, vermogenden en jongeren, leegstand en dalende vastgoedwaarden kunnen zich voordoen. Op snel groeiende plaatsen gebeurt vaak het tegenovergestelde. De grijze druk neemt er zelfs af. Frappant is ook dat in gebieden zonder aantrekkende werking onder twintigers vooral mannen overblijven. Jan Latten en Niels. In kwamen 13,3 duizend asielzoekers naar Nederland. Dit is een daling van 11 procent ten opzichte van , toen 14,9 duizend mensen een asielverzoek indienden.

Bijna de helft van de asielzoekers was afkomstig uit Irak, Somalië of Afghanistan. De aantallen asielzoekers uit Irak en Somalië zijn ten opzichte van sterk afgenomen, terwijl het aantal asielzoekers uit Afghanistan juist licht is toegenomen.

Arno Sprangers en John de Winter. In was de levensverwachting van pasgeboren jongens 78,5 jaar grafi ek 1. In was dit nog 70,3 jaar. Deze stijging in de levensverwachting van jongens vond grotendeels plaats vanaf het midden van de jaren zeventig. Volgens de nieuwe huishoudensprognose groeit het aantal huishoudens in Nederland nog met een miljoen, tot een maximum van 8,5 miljoen rond Daarna is een beperkte krimp voorzien. De toename betreft bijna geheel eenpersoonshuishoudens, voornamelijk van ouderen.

Ten opzichte van de vorige prognose zijn de verwachtingen wat betreft de relatieve verdeling van de verschillende huishoudenstypen bijna ongewijzigd.

De aantallen liggen hoger door de bijgestelde verwachtingen voor de migratie en de levensverwachting in de bevolkingsprognose. Op 1 januari telde Nederland ruim 2,5 miljoen plussers. Daarmee behoorde 15 procent van de totale bevolking tot deze leeftijdscategorie. De verschillen in het aandeel ouderen per provincie zijn groot: Op 1 januari woonden er in Nederland duizend Surinamers.

Dat was ruim 2 procent van de totale bevolking. In bedroeg het aantal Surinamers nog slechts 53 duizend. Bevolkingstrends, 1e kwartaal In vonden er 3 geboorten plaats van tweelingen en 44 geboorten van drie- of meerlingen. Het aandeel van de tweelinggeboorten ligt sinds rond de 17 per duizend geboorten. In de jaren daarvoor, sinds , waren dat er ruim De behaalde opleiding bepaalt in hoge mate of iemand werkt en wat het niveau is van zijn of haar beroep.

Dit artikel gaat in op de verschillen tussen provincies in het aandeel hoogopgeleiden en hun arbeidsparticipatie. In de Randstedelijke provincies van Nederland blijken relatief veel hoogopgeleide mensen te wonen.

De arbeidsparticipatie van hoogopgeleiden is hoog en laat weinig provinciale verschillen zien. Zeeuwse vrouwen met een hoge opleiding maken relatief vaak geen deel uit van de werkzame beroepsbevolking. Een op de drie hoogopgeleiden heeft een beroep dat beneden zijn of haar opleidingsniveau ligt. Kasper Leufkens en Martijn Souren. Bijna 80 procent van de volwassen Nederlandse bevolking geeft aan de meeste mensen in hun buurt te vertrouwen.

Het overgrote deel heeft contact met directe buren en overige buurtgenoten. Het contact met directe buren is vaak hecht, het contact met overige buurtgenoten blijft eerder wat oppervlakkig. Ouderen, mensen met een hoog inkomen, autochtonen en degenen die al wat langer in een buurtwonen hebben meestal veel vertrouwen en een hecht burencontact. Karolijne van der Houwen en Rianne Kloosterman.

Bij een naar verhouding slechte arbeidsmarkt met een stijgend aantal werklozen daalde in toch de langdurige werkloosheid. Dit is echter een naijleffect van een gunstige periode met minder kortdurige werklozen. Daardoor is de langdurige werkloosheid minder gevoed.

In , eveneens een slecht arbeidsmarktjaar, deed zich het omgekeerde voor. Toen steeg de langdurige werkloosheid als gevolg van de toename van de kortdurige werkloosheid een jaar eerder. Jongeren waren het minst vaak langdurig werkloos. Zij zijn ook beter in staat dan ouderen om langdurige werkloosheid te voorkomen, zelfs als de situatie op de arbeidmarkt verbetert. Verder waren allochtonen relatief vaker langdurig werkloos dan autochtonen. Inwoners van Nederland gingen in gemiddeld 2,8 keer naar de huisarts.

Degenen die de dichtstbijzijnde huisarts kozen, hoefden voor dit doktersbezoek meestal geen grote afstand af te leggen: De inkomstenontwikkeling van een persoon wordt vooral bepaald door zijn persoonlijke kenmerken en hangt veel minder sterk samen met de kenmerken van zijn woonbuurt.

Bovendien is het niet zeker dat de samenhangen tussen buurtkenmerken en inkomstenontwikkeling echte buurteffecten zijn. Mogelijk verschillen inwoners van verschillende buurten van elkaar op ongemeten persoonlijke kenmerken, en daarnaast is de vraag met wie ze daadwerkelijk omgaan. In zal Nederland ruim 17,7 miljoen inwoners tellen, 1,1 miljoen meer dan op dit moment.

De samenstelling van de bevolking zal naar verhouding sterker veranderen dan de omvang. Het aandeel van de niet-westerse allochtonen in de bevolking groeit van 11,4 naar 18,5 procent.

Over een halve eeuw zullen naar verwachting 5,4 miljoen inwoners westers of niet-westers allochtoon zijn. Zij maken dan31 procent uit van de Nederlandse bevolking. Het aantal autochtonen neemt vanaf medio jaren twintig af, van 13,3 naar 12,3 miljoen.

In bedraagt hun aandeel in de bevolking 69 procent, tegen 79 procent op dit moment. De niet-westerse bevolkingsgroep is nu nog aanzienlijk jonger dan de autochtone bevolking, maar zal in snel tempo vergrijzen. Met 22 procent plussers zijn de niet-westerse allochtonen in bijna even sterk vergrijsd als de autochtonen. Lenny Stoeldraijer en Joop Garssen.

Onvoldoende bewegen, overgewicht en het gebruik van tabak, alcohol en cannabis maken daar deel van uit. De helft van de jongeren bewoog onvoldoende en een op de zes kampte met overgewicht. Het zijn vooral de jongens die meerdere genotmiddelen gebruiken en te weinig bewegen. De leefstijl van jongeren met overgewicht verschilt weinig van die van jongeren zonder overgewicht.

Doreen Ewalds en Francis van der Mooren. Echtscheidingen waren vroeger nog uitzonderlijk, maar in de decennia die volgden veranderde dit snel. Sinds het begin van de vorige eeuw nam het aantal scheidingen toe van circa naar 34 duizend per jaar. Recente demografische ontwikkelingen en enkele aanpassingen in het prognosemodel liggen ten grondslag aan een nieuwe CBS-bevolkingsprognose die op enkele punten afwijkt van de vorige prognose uit Het meest opvallend is een snellere vergrijzing en hogere levensverwachting dan eerder werd aangenomen.

Het aantal plussers groeit tussen nu en van 2,4 naar 4,6 miljoen, duizend meer dan volgens de vorige prognose. De levensverwachting bij geboorte stijgt in de komende halve eeuw voor mannen van 78,8 naar 84,5 jaar. Bij vrouwen neemt deze levensverwachting toe van 82,7 naar 87,4 jaar. Met 17,8 miljoenmensen is het maximale inwonertal van ons land, in , ongeveer duizend hoger dan twee jaar geleden werd verwacht. Coen van Duin en Joop Garssen.

Ondanks de voortdurend veranderende samenstelling vande Nederlandse bevolking en huishoudens zijn vrouwen in de hoogste leeftijdsgroepen nog steeds fors oververtegenwoordigd. Voorts maken vrouwen vaker dan mannen deel uit van een eenoudergezin en wonen ze op hogere leeftijden vaker alleen. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste demografische ontwikkelingen in de afgelopen jaren, waarbij de nadruk ligt op de verschillen tussen mannenen vrouwen.

Op 1 januari woonden er duizend Nederlands Antillianen en Arubanen in Nederland. Dat is iets minder dan 1 procent van de totale bevolking. Van de Poolse immigranten die in de jaren — naar Nederland kwamen, is inmiddels bijna 60 procent weer vertrokken.

Dit aandeel is iets kleiner dan onder de Spaanse en Italiaanse immigranten uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar beduidend groter dan onder Turken en Marokkanen die in die tijd naar Nederland kwamen. Anders dan destijds onder Turken en Marokkanen is van grootschalige gezinshereniging onder Poolse immigranten vooralsnog geen sprake. Van alle lidstaten van de Europese Unie is Malta het dichtstbevolkt.

In telde dit land 1 inwoners per vierkante kilometer. Geen enkele andere lidstaat komt ook maar in de buurt van dit aantal. Op de tweede plek staat Nederland, met inwoners per vierkante kilometer in Op 1 januari was een op de tien Nederlandse woningen gebouwd na Op gemeenteniveau waren er echter grote verschillen in het aandeel van de woningvoorraad dat na is gebouwd. De levensverwachting zonder chronische ziektes geeft een indicatie van de kwaliteit van het resterende leven. Deze maat is gebaseerd op het vóórkomen van een selectie van ziektes.

De ziektes in deze selectie hebben verschillende invloeden op de gezonde levensverwachting. Ze komen niet allemaal evenveel voor en treffen groepen met verschillende sociaaleconomische en demografische kenmerken in verschillende mate.

Laagopgeleiden hebben vooral op jongvolwassen en middelbare leeftijd vaker te kampen met bepaalde chronische ziektes. De ziektevrije levensverwachting van lager opgeleiden is hierdoor lager dan die van hoger opgeleiden. Sinds de invoering van de adoptiewet in zijn in Nederland ruim 55 duizend kinderen geadopteerd.

Tot midden jarenzeventig waren dit vooral Nederlandse kinderen, daarna hoofdzakelijk buitenlandse. Het totaal aantal geadopteerde buitenlandse kinderen is met 39 duizend meer dan twee keer zo groot als het aantal geadopteerde Nederlandse kinderen.

Het aantal geadopteerde meisjes is iets groter dan het aantal geadopteerde jongens. De laatste jaren is China het belangrijkste herkomstland van adoptiekinderen. In de prognose —, die het CBS in december publiceert, wordt een nieuwe methode gebruikt om het aantal geboorten van tweede generatie kinderen te schatten.

Deze nieuwe methode is gebaseerd op veronderstellingen over het gedrag van eerste generatie allochtonen, van autochtonen en van tweede generatie allochtonen op het gebied van partnerkeuze en vruchtbaarheid.

Om na te gaan hoe de nieuwe aanpak de uitkomsten beïnvloedt, is de prognose van herberekend. De westerse tweede generatie groeit volgens de nieuwe schatting minder snel, de niet-westerse tweede generatie sneller. Volgens de nieuwemethode zijn er in de toekomst meer niet-westerse tweede generatie allochtonen met één in Nederland geboren ouder dan eerder gedacht.

Bij de westerse allochtonen komt dit aantal lager uit dan volgens de prognose uit Coen van Duin en Elma Wobma. Dit artikel doet verslag van een onderzoek naar de omvang en het profiel van de populatie feitelijk daklozen in Nederland.




Lekkere bef plassex

  • Huize marleen rotterdam body to body limburg
  • Huize marleen rotterdam body to body limburg
  • Sexdate nijmegen klaarkomen

Grote natte schaamlippen op zijn grieks neuken


huize marleen rotterdam body to body limburg